Dames en heren
Rusland en Nederland: twee landen met een afzonderlijke geschiedenis, geworteld in een gescheiden verleden. Aan de ene kant Rusland: een continentale macht in het midden van wat de Amerikaanse geo-strateeg en regeringsadviseur Brezinski omschreef als de Euro-Atlantische landmassa. Aan de andere kant, aan de uiterste westelijke rand van diezelfde landmassa Nederland, een handeldrijvende natie die zich vooral op de wereldzeeën oriënteerde. Ondanks onze verschillende ontwikkeling, hebben we wel een gedeelde geschiedenis. Die bestaat deels uit imperiale pretenties, nu achter ons gelaten. Dat is maar goed ook, want die geschiedenis was bepaald niet glorieus.
Er waren natuurlijk maritieme banden tussen onze landen via de handel in de Oostzee, gesymboliseerd door het korte verblijf van uw Peter de Grootte op de scheepswerven van Zaandam, bij Amsterdam. In Amsterdam herinnert de Czaar Peterstraat ons nog steeds aan zijn aanwezigheid, een verblijf om te leren over de ‘high tech’ van die tijd: geavanceerde houten scheepsbouwtechniek. Desalniettemin liepen de strategische buitenlandse oriëntaties van onze landen destijds uiteen. Ze waren gericht op verschillende invloedssferen.
Dat veranderde aan het begin van de 19e eeuw, toen de Franse keizer Napoleon Bonaparte ons op een gewelddadige manier bij elkaar bracht. Zijn Europese erfenis is een wisselvallige. Het is waar dat de landen die door hem werden veroverd werden opgenomen in een wettelijk systeem dat de basis legde voor de vorming van de democratische natiestaten van die eeuw.
Maar hij bracht ook het zwaard. De Britse historische visie, die hem beschouwt als een dictator, heeft een kern van waarheid. En natuurlijk weten we door het geweldige werk ‘Oorlog en Vrede’ van Leo Tolstoy dat de invasie van Rusland in 1812 een daad van naakte agressie was die alleen beëindigd werd toen Russische patriotten het Franse invasieleger vernietigden en verdreven van Russisch grondgebied. Het verhaal van zijn nederlaag is welbekend bij Russische burgers, maar minder bij het Nederlandse publiek. Nog minder bekend is de deelname van niet-Franse Europese troepen, gerekruteerd via het systeem van dienstplicht, aan de invasie. Interessant voor ons is het Nederlandse troepencontingent van 15.000 man, dat onder andere bestond uit pontonniers die door de bouw van bruggen over de Berezina, de terugtocht van de Grande Armee ternauwernood mogelijk maakten. Als ze minder efficiënt waren geweest, zou Napoleon wellicht eerder zijn verslagen dan bij Waterloo!
Er zijn nog veel meer aanknopingspunten in onze geschiedenissen. De belangrijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw waren de immense catastrofes van de beide wereldoorlogen. Nederland bleef neutraal in de eerste, Rusland niet. De eerste wereldoorlog versnelde een sociale en politieke gebeurtenis – de Oktober revolutie – die immense invloed had over de hele wereld, niet het minst in Europa. Zelfs in Nederland was in 1918 een zwakke galm te horen toen de sociaal democratische leider Troelstra dreigde met een opstand, die overigens niet doorging. De Russische revolutie was de apotheose van een proces van sociale en politieke emancipatie dat al bij in de Franse Revolutie was begonnen. Het beïnvloedde het emancipatieproces van miljoenen mensen in veel geïndustrialiseerde landen in de twintigste eeuw. Tussen de wereldoorlogen waren er contacten tussen Rusland en Nederland, vooral van communisten geïnspireerd door de Oktoberrevolutie. Helaas werd hun hoop voor een betere wereld verbrijzeld tijdens het tijdperk van Stalins terreur. De Sovjet Unie en al zijn volkeren betaalden een verschrikkelijke prijs voor de gedwongen industrialisatie van het land en de gekozen koers naar de status van een zwaar bewapende grootmacht. Miljoenen stierven in de Goelag, de levens van vele anderen werden verwoest door de communistische politiestaat.
Maar een grotere ramp was onderweg. De Tweede Wereldoorlog, voor u de Grote Patriottische Oorlog, bracht een vijfjarige bezetting voor Nederland, maar voor Rusland betekende de invasie van 1941 tot 1945 de letterlijke vernietiging van een groot deel van zijn bevolking en grondgebied, een gebeurtenis die de voorbode was van de Koude Oorlog. De invloed van die Koude Oorlog op de geschiedschrijving over de wereldoorlog mag niet worden onderschat. Dezer dagen weten slechts weinig Nederlandse burgers dat meer dan 20 miljoen Russen stierven in de vreselijke strijd om de fascisten te verwijderen van Russisch grondgebied. Weinigen beseffen ook hoeveel groter de omvang van deze strijd was dan die op de andere fronten, zeker tot de invasie van de Brits-Amerikaanse legers voor de bevrijding van West-Europa in 1944. Zelfs vandaag is er helaas weinig erkenning van de verschrikkelijke prijs die door Russische burgers is betaald om Hitler te verslaan. De Russische offers worden zelden genoemd in de toespraken tijdens de jaarlijkse oorlogsherdenkingen in Nederland. Dat is een beschamend overblijfsel uit de Koude Oorlog en dient te veranderen.
De Sovjet-Unie raakte Nederland op een andere manier in het laatste oorlogsjaar, toen Georgische soldaten in het Duitse leger in Nederland in opstand kwamen. De opstand werd wreed onderdrukt en raakte in de vergetelheid. Het ging immers om overlopers die waren opgenomen in de Wehrmacht. Vanuit Nederland was er nog een interactie met Rusland: de duizenden vrijwilligers van onder andere de Waffen SS die deelnamen aan de Duitse kruistocht in de Sovjet-Unie. Inderdaad: zoals de Duitse dichter Paul Celan schreef: ‘Der Tod ist ein Meister aus Deutschland’.
De oorlog beëindigde ook de Nederlandse imperiale pretenties, een uitvloeisel van de door de eeuwen gegroeide maritieme belangen waar ik al eerder op wees. Tussen 1945 en 1949 besloot de Indonesische bevolking, na een bijna vier jaar durende Japanse bezetting, om het Nederlandse koloniale gezag omver te werpen. Zoals miljoenen anderen in de oude Europese rijken vochten ze voor hun onafhankelijkheid. Dat conflict, in de Nederlandse geschiedschrijving aangeduid met de verhullende term ‘politionele acties’ was in feite een volledige guerrillaoorlog, een Nederlandse ‘Vietnamoorlog’ avant la lettre. Slechts recentelijk heeft een minister van Buitenlandse Zaken, de heer Bot, erkend dat Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis had gestaan. Het is misschien een nuttige les voor anderen die worstelen met een koloniaal verleden. De problematiek speelt immers ook in de voormalige deelstaten van de Sovjet Unie, en in delen van Rusland. De oorlog in Tsjetsjenië is daarvan een illustratie.
Oorlogen zetten vaak de binnenlandse verhoudingen op scherp. Dat is ook het geval in Rusland, waar de burgerrechten en de persvrijheid, cruciale onderdelen van de democratie onder druk staan. Dat heb ik zelf moeten constateren tijdens mijn werkzaamheden als OVSE-waarnemer bij de Doemaverkiezingen van afgelopen december. De recente stappen van uw regering om de toegang van OVSE-waarnemers voor de presidentsverkiezingen op 2 maart te blokkeren, beschouw ik als een verder veeg teken aan de wand. Het is een misvatting om de vrije uitwisseling van gedachten tussen uiteenlopende politieke stromingen als een zwakte te zien. Die democratische vrijheden zijn juist een garantie voor nationale kracht en uiteindelijk, werkelijke eenheid. Dat was ook het uitgangspunt van Anna Politkovskaja, de journaliste die in 2006 vermoord werd. Zo een moord heeft ernstige en verstrekkende gevolgen: alle andere journalisten zullen zich immers ernstig bedenken voordat ze ‘ongewenste waarnemingen’ op papier zetten. En wereldwijd bezorgt het Rusland natuurlijk een slecht imago.
In de Koude Oorlog resulteerde de oprichting van de NAVO en het Warschau Pact bondgenootschappen in gevaarlijke confrontaties. Het ging dan niet meer alleen over een gewone oorlog, maar een nucleaire. Alle aanwezigen zullen bekend zijn met de Cuba crisis van 1962, toen vele burgers aannamen dat het eind van de wereld inderdaad dichtbij was. Deze nucleaire terreur, de kans op Armageddon, leek in 1989 te eindigen, bij de val van de muur in Berlijn. Desalniettemin is het scenario van een allesverwoestende kernoorlog niet verdwenen. De belangrijkste staten houden nog steeds duizenden kernkoppen lanceerklaar. Helaas maakt Nederland via het NAVO nucleaire beleid deel uit van deze nucleaire slagkracht door handhaving van een nucleair aanvalssquadron op haar grondgebied. Mijn partij is daar een groot tegenstander van en bepleit herziening van de nucleaire strategie van de NAVO. Uw eigen leger is in hoge mate afhankelijk van de beschikbaarheid van duizenden kernwapens, zelfs op het conventionele slagveld. Ook dat moet ter discussie worden gesteld.
De NAVO bestaat nog steeds, al is de Koude Oorlog formeel over en is het Warschau Pact ontbonden. Het doet denken aan de politieke tekening in een Nederlandse krant destijds, waar de toenmalige Nederlandse minister van buitenlandse zaken wordt uitgebeeld als de leider van een voetbalteam dat door moet spelen, terwijl de tegenstander al naar huis is! Op vele manieren heeft het voortbestaan en de uitbreiding van de NAVO een eigen dynamiek gecreëerd, zoals zo vaak gebeurt bij organisaties die zoeken naar een reden om te bestaan.
Zoals de Amerikaanse senator Lugar ooit zei: “NATO has to go out of area or go out of business”. En dat is inderdaad wat de NAVO gedaan heeft, maar met gevolgen die niet noodzakelijkerwijs positief zijn.
Er was een periode in de negentiger jaren toen het mogelijk leek om de oude allianties op te geven en door een nieuw elan een hervormde VN een nieuw mandaat te geven om vrede te stichten in de internationale wanorde. Die tendens strandde. Deels omdat de Atlantische krachten erin slaagden om een nieuwe uitbreidingsdynamiek van de NAVO op gang te brengen. En deels door de verschrikkelijke mislukking van het Europese Balkanbeleid dat een versplintering van Joegoslavië tot gevolg had en een reeks burgeroorlogen, deels door etnische tegenstellingen aangedreven. Een mislukte VN-missie in 1995 mondde uit in het debacle van Srebenica en de massamoord op duizenden Bosnische moslims. Een rampzalige ontwikkeling waarvoor ook de Nederlandse regering medeverantwoordelijk was. De daarna aangedragen oplossingen hebben het karakter gekregen van lapmiddelen en ad hoc stappen om verdere conflicten te voorkomen, zoals in Macedonië, maar ook de verdere versplintering van Servië, waarvan de afsplitsing van Kosovo het treurige resultaat is. Mijn partij is tegen de erkenning van een eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo. Dat is een gevaarlijk precedent dat wereldwijde gevolgen kan krijgen. Daarnaast is het regionaal bijzonder ongewenst omdat deze Servische provincie feitelijk is overgenomen door bestuurders met maffia-achtige banden en bloed aan de handen. Omdat Kosovo economisch zelfstandig niet levensvatbaar is, zullen regionale gevolgen niet uitblijven. Ik betreur het in hoge mate dat de Nederlandse regering dit volstrekt anders ziet.
Het falen van het EU-beleid op de Balkan gaf ruimte aan een grotere Amerikaanse betrokkenheid in een regio die eigenlijk behoorde tot de directe belangensfeer van Europa. De aanslagen van 11 september op New York en Washington creëerden de politieke ruimte voor een vernieuwing van de Atlantische alliantie. De VS wees de aangeboden steun af – vanaf het begin van de Bush regering wilde men de zaken zelf afhandelen. De gevolgen zijn welbekend: een illegale en helaas door Nederland gesteunde invasie van Irak met als treurig resultaat een land waarvan de meest basale diensten zijn afgebroken en een bevolking waarvan een groot deel een gevaarlijk en ellendig bestaan lijdt. En daarvoor, in 2001, een invasie van Afghanistan die de mogelijkheid had moeten openen voor een nieuw politiek begin, ondersteund door alle betrokkenen, maar is uitgelopen op nog een mislukt avontuur. Het is makkelijker om een oorlog te beginnen dan die te beëindigen.
Die militaire avonturen bleven echter niet beperkt tot de VS en haar naaste bondgenoten. Ook de NAVO als organisatie heeft substantiële krachten in het veld gezet in Afghanistan, waaronder een contingent van 1200 mannen en vrouwen uit Nederland. De afgelopen paar jaar is echter deze zogenaamde opbouwmissie veranderd in een guerrillaoorlog waarvan het einde niet in zicht is, en kan leiden tot een volledige nederlaag van de NAVO-strijdkrachten. Dat is voor u een herkenningspunt: na een bloedige tienjarige strijd, die aan 14.400 Russische soldaten en een miljoen Afghaanse burgers het leven kostte, trokken Sovjet-troepen zich in 1989 terug. Het debacle was vergelijkbaar met dat van de Amerikanen in Vietnam. De consequenties waren evenwel veel verdergaand: hoewel Hollywood’s benadering van de werkelijkheid doorgaans met een korrel zout kan worden genomen, raakt een van haar laatste producten, de film Charlie Wilson’s War” toch aan de waarheid. Namelijk dat het doel van de Amerikaanse steun voor de Mujahideen niet alleen het verdrijven van het Sovjet garnizoen was, maar ook het overbelasten van het Sovjet systeem zelf, vanwege de immense sociale, politieke en economische kosten van de oorlog.
Vandaag lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Het lijkt erop alsof de NAVO dezelfde fouten in Afghanistan maakt als de Sovjet Unie. Het wordt een oorlog ingezogen die niet gewonnen kan worden, terwijl stilstand in feite een nederlaag impliceert. De recente verklaring van de Amerikaanse minister van defensie Gates dat de toekomst van de NAVO op het spel staat gaat uit van de veronderstelling dat de oorlog kan worden gewonnen. Daarvoor is een aanzienlijke verhoging van het aantal gevechtstroepen noodzakelijk, te leveren door alle NAVO lidstaten. Kortom, de NAVO moet dieper het Afghaanse moeras in. De Britse militaire dichter Rudyard Kipling schreef tijdens een eerdere Britse invasie van Afghanistan gedenkwaardige woorden over de nutteloosheid van zo’n oorlog in zijn gedicht “Arithmetic on the Frontier”:
“A scrimmage in a Border Station-
A canter down some dark defile
Two thousand pounds of education
Drops to a ten-rupee jezail.
The Crammer’s boast, the Squadron’s pride,
Shot like a rabbit in a ride!
No proposition Euclid wrote
No formulae the text-books know,
Will turn the bullet from your coat,
Or ward the tulwar’s downward blow.
Strike hard who cares – shoot straight who can
The odds are on the cheaper man.”
Een uitstekende beschrijving van asymmetrische oorlogvoering.
Er liggen nog meer potentiële crisishaarden. De druk op Iran vanuit de VS wordt onverminderd voortgezet door unilaterale sancties en druk op de bondgenoten om die ook door te voeren, buiten het raamwerk van de Veiligheidsraad van de VN. Dit ondanks een Amerikaans inlichtingenrapport- de National Intelligence Estimate – waarin gesteld werd dat er geen sprake is van een Iraanse kernwapenprogramma en voortdurende inspecties van het Internationaal atoomagentschap die dit bevestigen. Intussen werkt de VS aan een speciaal verdrag met India waardoor nucleaire technologie aan dat land zal worden geleverd. India is, zoals u weet, geen ondertekenaar van het Non proliferatie Verdrag, Iran wel. De neoconservatieve vleugel van de Amerikaanse politiek is nog niet weg: integendeel, ze werkt hard aan een nieuwe confrontatie met Iran, een stap die de chaos rond de Golf zal verergeren. Intussen blijft het cruciale Palestijnse vraagstuk onopgelost, vooral vanwege de halsstarrige weigering van het Westen om de Israëlische regering onder druk te zetten om de bezette gebieden daadwerkelijk te ontruimen. Daarmee zou een oude VN-resolutie eindelijk worden uitgevoerd. Nederland geeft een slecht voorbeeld met het goedkeuren van het collectief straffen van de gehele bevolking van Gaza door de afsluiting van de Gazastrook. Die collectieve straf is in strijd met de Conventie van Genève en de Nederlandse regering handelt door haar goedkeuring in strijd met artikel 90 van onze eigen Grondwet. Artikel 90 schrijft namelijk voor dat de regering het internationaal recht dient te bevorderen.
Maar de huidige Westerse politiek lijkt erop gericht om de internationale rechtsorganen juist uit te schakelen: het omzeilen van de Veiligheidsraad, zoals rond de kwestie Kosovo, het negeren van het Internationaal Gerechtshof, het lijkt zo langzamerhand schering en inslag te worden. Vanuit Nederland bekijken we die negatieve ontwikkelingen met grote zorgen.
In feite, dames en heren, leiden de Amerikaanse beleidsmakers en hun Europese woordvoerders onder een ernstige misvatting. Dat is de gedachte dat problemen kunnen worden opgelost door de toepassing van massaal geweld, dus kunnen worden gereduceerd tot die van het simplistische schema van goede en slechte krachten, wij en zij. In dat schema dreigen ‘zij’ te veranderen van een klein groepje gewelddadige jihadi’s die terreur gebruiken als wapen, naar een substantieel deel van de wereldbevolking: namelijk diegenen die moslims zijn. Kortom, de oproepen voor een ‘oorlog tegen de terreur’ – wat dat ook moge zijn – dreigen omgezet te worden in Huntington’s ‘oorlog tussen de beschavingen’. In plaats van een kwestie die kan worden opgelost door politie en inlichtingendiensten, wordt de ene na de andere casus belli gecreëerd. Dat is overigens ook voor uw land geen vreemde formule: ook door President Poetin wordt deze oorlogsretoriek gebruikt om de oorlog in Tsjetsjenië aan het Russische publiek te verkopen. In die zin zijn de aanslagen in Moskou te vergelijken met 9/11.
Dat is de reden, dames en heren, dat mijn partij zich verzet tegen de oneindige escalatie van geweld. Niet omdat er sprake is van het gebruik van militaire instrumenten, maar omdat deze instrumenten een te bepalende rol dreigen te krijgen in het vaststellen van het politieke beleid. Zoals de Amerikaanse columnist William Pfaff vorige week uiteenzette in de International Herald Tribune, is de huidige NAVO-strategie achterhaald en afgestemd op een andere wereld. Een wereld waar er sprake was van duidelijk gedefinieerde vijanden, uitgetekende frontlijnen, parate legers en mobilisatieschema’s. Maar onze huidige globaliserende wereld verschilt van die van de Koude Oorlog en daarom zijn de instrumenten om met die wereld om te gaan, ook verschillend. Strategie moet niet bepaald worden door militaire criteria: niet in Irak met het vluchtige concept van de ‘surge’, de tijdelijke troepenverhoging, en evenmin in Afghanistan, waar de VS kennelijk hetzelfde wil doen. Zoals de vroegere Franse premier Clemenceau ooit zei: ‘Oorlog is te belangrijk om aan de generaals over te laten’. Ik ben van mening dat de huidige publieke discussie over de NAVO teveel wordt gedreven door een militaire denkwijze. Begrijpelijk, want militairen willen altijd hun oefeningen in praktijk omzetten. Maar alle democratische politici, als vertegenwoordigers van de politieke wil van de burgerbevolking, moeten hun eigen plannen bedenken en uiteenzetten en zonodig de opinie van de generaals, gepensioneerd of niet, negeren.
In Afghanistan betekent dit dat een politiek onderhandelingsproces moet worden geopend met alle relevante partijen, inclusief de Taliban en de regeringen van de omringende landen. Daaronder versta ik een proces van geven en nemen, niet het absurde idee van diplomatie als verlengstuk van de militaire operaties, zoals dat her en der de ronde doet. Dat is immers een recept voor permanente oorlog en dus een langdurige militaire aanwezigheid die in niets meer valt te onderscheiden van een koloniale bezetting en ook als zodanig zal worden ervaren. Te vrezen valt dat deze oude les uit de geschiedenis wederom op een hardhandige manier zal moeten worden geleerd.
Het voorbeeld Afghanistan maakt duidelijk dat de strategie van de NAVO vergaand moet worden veranderd, en niet in de zin van de ‘Grand Strategy’ zoals laatst voorgesteld in een belangrijk rapport dat in Brussel en Washington werd gepresenteerd door een aantal voormalige NAVO generaals. Ook dat pad leidt immers naar een staat van permanente oorlog. Dat is de consequentie van de voorgestane strategie om de NAVO preventieve oorlogen te laten voeren, eventueel met kernwapens.
Een tweede institutie van beslissend belang voor het naoorlogse Nederland is de Europese Unie. De EU is de uitdrukking van de historische samenwerking van de oude West-Europese grootmachten, vooral Frankrijk en Duitsland, die via deze economische structuur een politiek doel bereikten: een verwevenheid van belangen die werkte als een effectieve blokkade tegen een herhaling van de eerdere Europese oorlogen. Deze samenwerking heeft zich de afgelopen half eeuw uitgediept en geografisch verbreed tot het punt dat er bijna sprake is van federale staatsvorming. Mijn partij is zeer kritisch over deze staatsvorming, om twee hoofdredenen:
Ten eerste leidt de grotere vrijheid voor de krachten van het kapitaal tot de afbraak van sociale verworvenheden voor het grootste deel van de bevolking. Verworvenheden die na 100 jaar democratische strijd in natiestaat verband zijn vastgelegd, maar in Europees verband weer worden afgebroken. Ten tweede is er sprake van een West-Europese expansiepolitiek die meer wordt dan een simpele economische samenwerking, maar ook wordt omgezet in politieke machtsvorming. Omdat dit kan leiden tot geopolitieke competitie, die in de geschiedenis vaak is omgezet in confrontaties en wellicht in laatste instantie, oorlog, is dat iets wat socialisten met argwaan bezien. Socialisten kiezen voor internationale solidariteit in plaats van internationale competitie.
Wij ondersteunen dus alleen een Europese buitenlandpolitiek voor zover als die niet beoogt zich te spiegelen aan bestaande machtsblokken, zoals die van de VS. Dat kunt u zien als de logische consequentie van onze kritiek op de huidige NAVO-strategie. Daarin speelt vanzelfsprekend de energiepolitiek een cruciale rol. Al jarenlang bestaat er een Europese afhankelijkheid van Russische gasleveranties. Die afhankelijkheid wordt de komende jaren verder verdiept door de aanleg van verschillende pijpleidingen in Noord- en Zuid-Europa. De Nederlandse industrie zal een belangrijke rol spelen bij de distributie van dit gas. Een dergelijke onderlinge afhankelijkheid juichen wij toe. Het zou een bijzonder kwalijke zaak zijn als de energiekwestie een speelbal wordt van machtspolitiek: het is zaak om de wederzijdse afhankelijkheid te bevorderen. Dat is juist een garantie tegen gevaarlijke confrontaties.
Zorgwekkend in dat verband is ook een significante wending van het NAVO-beleid in de richting van het zeker stellen van de energiebronnen van het Westen. Dit beleid is ook recentelijk onderstreept door onze minister van Buitenlandse Zaken Verhagen. Te vrezen valt dat onder zeker stellen ook een beleid van militaire interventie wordt verstaan. Ook dat is een voorspelbaar oorlogspad.
Er is nog een kwestie die de verhoudingen binnen de NAVO en die tussen de NAVO en Rusland danig verstoort: die van het raketschild. Of misschien moet ik zeggen, raketschilden, want het gaat om een heel complex van plannen. Van onmiddellijk belang zijn de uitspraken van onze defensieminister Van Middelkoop die twee weken geleden in het Nederlandse parlement de aanleg van het Amerikaanse raketschild in Oost Europa steunde. Hij sprak die steun uit zonder dat er in Nederland of in de NAVO een serieus publiek debat was geweest over dit plan. Dat is onverstandig maar vooral onverantwoord. De veiligheidsgevolgen komen namelijk wel voor rekening van Europa en dus ook Nederland. Nu we nog maar aan het begin van dit project staan is een fundamentele discussie noodzakelijk. Het gebruik van de term ‘raketschild’ is misleidend omdat het de suggestie wekt dat het om een louter defensief instrument zou gaan. Het wordt geassocieerd met een veilig heenkomen, waaronder men kan schuilen. De veiligheid van het raketschild biedt echter ook de mogelijkheid om aanvallen uit te voeren op gebieden daarbuiten.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat er van Russische zijde nu al grote bezwaren worden geuit. President Poetin heeft herhaaldelijk verklaard dat hij plaatsing beschouwt als een agressieve daad. Het geavanceerde radarsysteem dat in Tsjechië wordt gebouwd, heeft ook een andere toepassing dan het opsporen van raketten. Het kan ook gewone satellieten neerschieten en maakt daarmee deel uit van het Amerikaanse concept voor een oorlog in de ruimte. Bij een eventuele atoomoorlog – waar alles draait om razendsnelle besluiten – geeft zo een extra capaciteit een voorsprong. De Amerikaanse wetenschapper Theodor Postol heeft er op gewezen dat het schild, eenmaal geplaatst, een ondersteunende rol kan spelen voor een Amerikaanse atoomaanval op Rusland. Het systeem kan bovendien verder worden uitgebouwd. De aanleg van het raketschild brengt ons terug in de tijd van de Koude Oorlog.
Intussen heeft Polen een voorlopig verdrag ondertekend met de VS voor de bouw van het raketlanceerplatform, waarmee de mening van de meerderheid van de Poolse bevolking wordt genegeerd. Die is immers tegen plaatsing van de raketten. Net als de Tsjechen die zich hebben gekeerd tegen de bouw van het bijbehorende radarsysteem. In de net gepresenteerde Amerikaanse begroting voor 2008-2009 wordt alvast 719 miljoen dollar gereserveerd voor deze bouw. Maar deze bilaterale overeenkomsten zijn voorbarig. Het raketsysteem is vanzelfsprekend een kwestie van Europese veiligheid en besluiten erover moeten worden genomen in de NAVO. Een discussie in de lidstaten dient daar aan vooraf te gaan.
Maar het gaat om meer dan het Oost-Europese raketschild. De VS willen bestaande en nieuwe programma’s tegen vijandige raketten in een alles overkoepelend programma in elkaar schuiven. Aan een aantal onderdelen daarvan neemt Nederland reeds deel. De droom van de Amerikaanse planners is om de afzonderlijke programma’s te combineren tot één groot raketschild. Als dat gebeurt, dan wordt het onmogelijk gemaakt om defensief nog van offensief te onderscheiden. Nederland bouwt momenteel echter mee aan een raketschild waar we straks nauwelijks tot niets over te zeggen hebben, omdat ze verbonden is aan de Amerikaanse strategische planning.
Op de NAVO-top in Boekarest in april zullen besluiten vallen over de uitvoering van deze plannen. Met de afzonderlijke Amerikaanse verdragen met Polen en Tsjechië worden echter al voldongen feiten gecreëerd. De passieve houding van het bondgenootschap over het Oost-Europese schild heeft ruim baan gemaakt voor de Amerikaanse regering om deze plannen door te zetten. Daarmee wordt het sein gegeven voor een nieuwe wapenwedloop. Het is hoog tijd voor een grondige bezinning op de Amerikaanse plannen. In het Nederlandse parlement en in de Parlementaire Assemblee van de NAVO probeer ik die discussie dan ook te agenderen. Dat geldt ook voor de voortdurende aandrang om de NAVO almaar uit te breiden naar het oosten. Een lidmaatschap van Oekraïne en Georgië achten wij onverstandig, ook omdat dit kan betekenen dat het bondgenootschap partij wordt in verschillende grensconflicten met Rusland.
Rusland en Nederland hebben een lange weg door de geschiedenis afgelegd, met positieve maar ook negatieve ervaringen. Leren uit die geschiedenis is van groot belang. Wellicht kunnen we enige wijsheid putten uit dat verleden en komen tot nieuwe vreedzame wijzen van samenwerking. Een nieuwe Koude Oorlog kunnen we, zoals we in Nederland zeggen, missen als kiespijn.