Studenten globaliseren
Vandaag mocht ik de aftrap geven op een conferentie over globalisering, georganiseerd door de Vereniging Surinaamse Studenten Amsterdam (VSSA). Ik ging daarbij in op de positieve én negatieve kanten van globalisering en probeerde de studenten te prikkelen ook een eigen verantwoordelijkheid te zien in dit proces. Lees hieronder mijn verhaal.
Dames en heren.
Het doel van deze VSSA Conferentie 2009 is om studenten met diverse achtergronden aan te zetten tot zelfontplooiing. De wereld, en vooral het zakenleven, maakt een steeds verregaand globaliseringproces door, zo schrijft de organisatie in haar aankondiging. Niet alleen moet men nationaal in steeds grotere mate rekening houden met culturele diversiteit, men moet ook internationaal kunnen functioneren en denken. Vooral voor aankomende professionals is het belangrijk om zich te oriënteren op een internationale carrière of studie. Die oriëntatie dient te beginnen met de vraag wat globalisering eigenlijk precies is.
De term globalisering wordt in het Nederlands gebruikt voor het beschrijven van een voortdurend proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie. In het bedrijfsleven zien we een wereldwijde arbeidsdeling, waarbij productielijnen over de wereld worden gespreid en gedreven door de informatie- en communicatietechnologie en door internationale handel. Mondialisering wordt mogelijk gemaakt door ontwikkelingen op het gebied van vervoer en telecommunicatie. Ze kenmerkt zich verder door verregaande schaalvergroting, het ontstaan van een wereldwijd kapitalisme en de verspreiding van een consumentencultuur. Tegenwoordig is het heel gewoon dat een postorderbedrijf werkt met een callcenter in Suriname. ICT-bedrijven bedienen zich gemakkelijk en goedkoop met een helpdesk in India. Vaak weten klanten niet eens dat ze worden geholpen door medewerkers duizenden kilometers van Nederland verwijderd.
Volgens Wikipedia komt de term globalisering van Theodore Levitt, die het begrip in 1983 hanteerde in het tijdschrift Harvard Business Review. Hij beschreef globalisering als: “de veranderingen in sociale gedragspatronen en technologie die bedrijven in staat stellen om hetzelfde product over de hele wereld te verkopen”. Volgens een artikel in de New York Times was de term globalisering al ruim voor het artikel van Levitt in omloop, in ieder geval vanaf 1944. Onder economen was de term al in 1981 in gebruik. Desondanks kan Levitt wel verantwoordelijk worden gehouden voor de verregaande popularisering van de term.
Globalisering kan gezien worden als:
1. een proces; het mondiaal dichter bij elkaar komen van verschillende maatschappijen, culturen en economieën.
2. een tijdvak; de periode sinds het loslaten van de goudstandaard door Richard Nixon begin jaren zeventig.
Aan het einde van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw vindt een toenemende globalisering plaats. Soms wordt gesteld dat dit geen nieuw verschijnsel is, aangezien het volume van de wereldhandel aan het begin van de twintigste eeuw een hoogtepunt kende dat pas aan het eind van de eeuw opnieuw bereikt werd. Hier kan tegen ingebracht worden dat de verspreiding van productielijnen een recente ontwikkeling is.
Door globalisering neemt de handel tussen alle landen in de wereld toe. De Wereld Handels Organisatie, WTO, die met vrijhandelsverdragen probeert de vrije markt wereldwijd te stimuleren, geldt als een belangrijke motor van de globalisering. Ook de Europese Unie sluit verdragen die gericht zijn op vrijhandel, bijvoorbeeld met landen in Afrika, de Pacific en het Caribische gebied. Met dergelijke verdragen wordt de internationale arbeidsdeling bevorderd. Regels en beleid tussen landen worden zo op elkaar afgestemd dat het voeren van handel makkelijker wordt. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het opheffen van als belemmerend ervaren barrières zoals tarieven op import en andere constructies in de douanewetgeving. Dat heeft goede en slechte kanten. Landen met grote markten zetten in onderhandelingen andere landen of “economische gemeenschappen” onder druk om hun markten open te stellen voor producten die in dat grote land zijn gemaakt. Arme landen, bijvoorbeeld in Afrika en Latijns Amerika, moeten door die vrijhandel produceren voor de wereldmarkt en het is nogal eens voorgekomen dat wereldmarktprijzen van grondstoffen sterk dalen door de schaalvergroting die hand in hand gaat met globalisering. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er naast de pleitbezorgers van wereldwijde vrijhandel ook een kritische beweging is ontstaan van anders-globalisten. Deze beweging pleit voor sociale globalisering in plaats van neoliberale globalisering. Globalisering dus die de mens centraal stelt in plaats van de economie of het streven naar winstmaximalisatie. Het zal u niet verbazen dat ik als socialist mij zeer verwant voel met deze beweging. De bekendste voorvrouw van deze beweging is de briljante Canadese Naomi Klein die fantastische boeken schreef als ‘No Logo’ en ‘Dagboek van een activiste’. In deze boeken gaat zij in op de relatie tussen democratie en vrijhandel en beschrijft ze de verstrekkende macht van multinationals en de gevolgen daarvan voor mens en milieu.
Anders-globalisten associëren globalisering met neokolonialisme van het Westen. Volgens hen houden de vroegere westerse koloniale mogendheden nu met economische middelen de wereld in hun greep zoals vroeger met militaire middelen. Ook wordt het Westen verweten dat men aan cultureel imperialisme doet onder het mom van globalisering: de wereld wordt steeds sneller omgevormd naar het westerse model. Naomi Klein beschrijft dat proces in ‘No Logo’ dat als ondertitel heeft ‘de strijd tegen de dwang van de wereldmerken: Overal draagt men dezelfde westerse kleding, kijkt men naar westerse media, eet men westers voedsel en onderwijst men westerse waarden als emancipatie, democratie en kapitalisme. Hierdoor verdwijnen in steeds sneller tempo traditionele maatschappijvormen. Dit wordt als een verarming gezien. Ik deel die opvatting.
Politiek gezien wordt ook in verband gebracht met het afslijten van de nationale grenzen doordat in grote gebieden van de wereld wetgeving en vrij verkeer van kapitaal, goederen en diensten op elkaar worden afgestemd. In het verlengde hiervan zien veel auteurs een afslijting van de soevereiniteit van natiestaten. Over de mate waarin dit gebeurt, de nieuwe aard van soevereiniteit en de waardering voor dit verschijnsel lopen de meningen uiteen.
Zeker is dat steeds meer soevereiniteit wordt overgedragen aan supranationale organisaties. Dicht bij huis is dat bijvoorbeeld de Europese Unie die haar lidstaten bindt aan verdragen. Ook landen die niet bij de EU horen, passen uit economische en handelsoverwegingen hun wetgeving aan de EU aan. Noorwegen is geen lid van de Europese Unie maar heeft wel al zijn wetgeving aan de EU aangepast om makkelijker zaken met ons te kunnen doen. Dat geldt ook voor andere landen in de Europese Economische Ruimte.
Voor studenten die een internationale carrière ambiëren, biedt globalisering ongekende mogelijkheden. In het verleden was studeren in het buitenland natuurlijk al langer mogelijk, maar het was eerder uitzondering dan regel. Nu we in de meeste Europese zijn overgegaan op de bachelor-master structuur in het Hoger Onderwijs zijn opleidingen en diploma’s veel makkelijker te vergelijken. Studenten die zorgen dat ze naast het Nederlands nog één of liever nog twee moderne vreemde talen beheersen, kunnen in principe wereldwijd terecht.
Globalisering maakt dat studenten uit andere delen van de wereld ook naar ons kijken. Ik vind daarom ook dat we het aan hen en aan onszelf verplicht zijn om studieplaatsen in Nederland beschikbaar te stellen voor deze studenten. Ik ben blij dat minister Plasterk, mede op ons aandringen, besloten heeft het collegegeld voor studenten uit Suriname te verlagen tot dat van andere studenten uit de Europese Economische Ruimte. Dat stelt veel meer studenten in staat om hier te komen studeren. Als laatste hobbel moet nu nog de hoge borgsom worden weggewerkt. Dat is nodig om te voorkomen dat alleen studenten van rijke ouders in Nederland kunnen gaan studeren.
Uit eigen ervaring weet ik dat studeren in het buitenland een enorme verrijking is van je intellectuele vorming. Het geeft je daarnaast een geweldige kans om een wereldwijd netwerk op te bouwen waar je een leven lang plezier van hebt. Mijn advies aan jullie is dan ook: maak zo vroeg en zo ruim mogelijk gebruik van de internationale mogelijkheden die je studie biedt. Loop in het buitenland stage, probeer een deel van je studie in Engeland of Amerika te doen. Zorg voor een goede beheersing van een tweede en derde taal, zowel in woord als schrift. Met andere woorden: Go Global! Doe dat echter niet alleen uit je eigen persoonlijke belang van een mooie baan en een vet salaris. Onderzoek ook wat jij kunt bijdragen aan het oplossen van de problemen die globalisering ook met zich mee brengt. Misschien worden jullie straks allemaal grote spelers en zien jullie de wereld echt als een global village. Weet dan dat er in die global village ook arme wijken zijn, waar mensen wonen die weinig invloed hebben op de omstandigheden waaronder zij hun leven moeten leiden. De enorme vrijheid die globalisering jullie en mij brengt gaat ook gepaard met verantwoordelijkheid. Zonder internationale solidariteit is globalisering een proces dat kan leiden tot een enorme tweedeling. In mijn werk probeer ik die internationale solidariteit centraal te stellen. Ik hoop van harte dat jullie die kans ook krijgen in jullie latere carrière.














Gevaren en kansen van globalisering
Mondiale culturele eenvormigheid hoeft niet persé nadeel te zijn. Ik vind het belangrijker dat die wereldwijde culturele mainstream humaan, milieuvriendelijk en integer is. Helaas is dat vaak niet het geval.
De tv dicteert onze moraal en gedrag en de multinationals trekken daarbij als financiers aan de touwtjes. En concurrentie tussen grote bedrijven werkt vaak niet goed door talloze prijsafspraken, die zelfs mevrouw Smit-Kroes onmogelijk allemaal kan opsporen.
Voor een buitenlandse studie heeft niet iedereen genoeg capaciteiten en zelfdiscpipline. En voor veel banen op universitair niveau is internationaal netwerk overbodig.
Globalisering vraagt om een Engelstalige United States of Europe. Met een linkse tranparante federale overheid. Naomi Klein for president. Het oog wil ook wat.
WEBPORTAAL MET NEDERLANDSE EN BUITENLANDSE LINKSE WEBLINKS
http://www.grenzeloos.org/links/start.php
Reactie door Jaap Veldkamp — zaterdag 27 juni 2009 @ 16:10
humaan en integer…nauw, dat is bij verscheidene culturen nog ver te zoeken (met dank aan de onderdrukkende religieuze pressie). Niet alles wat een andere cultuur geeft, is goed, mooi of bijzonder.
Zolang de rechten van de mens worden overschaduwd door culturele uitwassen, heeft deze cultuur niets in te brengen.
zolang de rechten van de mens worden geeerbiedigd, heeft deze cultuur alle recht om mee te mogen doen in onze wereldgemeenschap
Reactie door sjef de vries — zondag 28 juni 2009 @ 08:58
[.. probeer een deel van je studie in Engeland of Amerika te doen.]
Wel ja sinds wanneer raadt men van de SP studenten aan zich te scholen daar waar het Angelsacksische neoliberalisme nog steeds hoogtij viert?
Waarom niet Rusland of van mijn part Duitsland? Waarom niet landen aanraden die de afgelopen jaren wel geleerd hebben dat het Westerse dollar imperialisme eindig is?
pff .. ik snap weinig meer van de SP, sorry hoor.
Reactie door koen — maandag 29 juni 2009 @ 14:01